De meeste bezoekers van deze sessie blijken nog in de experimentele fase te zitten van samenwerken met informele zorg, maar Hanneke van der Meide is met Zorggroep Elde Maasduinen een van de koplopers. Ze vertelt dat ze met haar organisatie in 2021 startte en inmiddels druk is met de uitvoering. ‘Op kleinschalig niveau zijn we met teams gesprekken gaan voeren, kijkend naar behoeftes en uitdagingen. Daarbij hebben we geleerd dat de familie vaak bereid is een actieve rol op te pakken.
De uitdaging ligt vooral bij de medewerkerskant, niet bij familie. Voor de medewerker vraagt het een andere houding en die moeten we ondersteunen.’
In cliëntenraden is gekeken hoe het zit met de participatie van naasten. De vraag was: moet de organisatie dat verplicht gaan stellen. ‘Nee, kwam daar uit. Maar we maken het wel minder vrijblijvend.’
Visie
Karlijn Nanninga van Vilans verwijst naar de wegwijzer informele zorg van Waardigheid en trots. Ze geeft aan dat een visie nodig is om een verandering in gang te zetten. Het geeft houvast, iedereen heeft dan een uitgangspunt. ‘Door met vrijwilligers, mantelzorgers en naasten in gesprek te gaan kom je tot een positieve visie.’ Van der Meide heeft het ook niet van bovenaf gedaan. ‘We geven teams de regie. De meerwaarde is gemeenschappelijke eigenaarschap. Natuurlijk bereik je niet iedereen onder de zorgmedewerkers, maar dan zitten overal in je organisatie wel ambassadeurs.’
Taal
Taal is belangrijk in het veranderproces, blijkt tijdens de sessie. Zo gebruikte Van der Meide met haar organisatie eerst de term ‘samen zorgen’, maar dat dekt niet de lading. ‘Mensen hebben een verkeerd beeld bij ‘samen zorgen’, omdat zorg heel nauw genomen wordt: alleen fysieke zorg. Daarom kozen we voor: ‘samen doen’.’ Van der Meide gebruikt de term in folders en gesprekken.
Het moet niet gaan over het inzetten van mantelzorgers, maar over samenwerken. Anders sla je de plank mis. We hebben het ook niet over een intake, maar over een welkomstgesprek.
De focus ligt op wonen, en zorg is daar een onderdeel van. ‘Het vroegere leven zoveel mogelijk doorzetten na de verhuizing, dat is wat we willen.’